Hieronder het laatste deel van het dagboek dat ik vier jaar geleden bijhield. Hoe beter het met me ging, hoe minder ik de behoefte had dat op te schrijven. Zo gaan die dingen. Volgende week blik ik terug en denk ik diep na over wat de burn-out me gebracht en/of gekost heeft. Als ik denk aan hoe de vrouw die ik was voordat ik neerging in het leven stond dan weet ik een ding zeker: daar wil ik nooit meer zijn. Waarom niet en waar ik dan nu sta, dat vertel ik je volgende week in de allerlaatste aflevering.

18-01-2016

Ik heb griep. Ik ben echt ziek. Maar voordat ik doorhad dat ik echt ziek ben en het geen terugval in mijn burn-out is, was ik zeker drie paniekaanvallen verder. Ik ben zo opgelucht dat ik ziek blijk te zijn, en dat het heerst en dat heel veel mensen er nu last van hebben. Daar schrik ik dus van, van hoe bang ik ben geworden voor ‘hoe ik me voel’ en hoe bang ik ben dat het weer achteruit zal gaan. Dat ik te snel ga, dat ik niet in de gaten heb dat ik weer in oude valkuilen stap omdat ik ze misschien echt niet herken.

Ik wil me niet weer zo gaan voelen als een jaar geleden.


Ik vond het ook heel erg moeilijk om me ziek te melden vandaag, net nu ik weer een beetje op stoom lijk te komen. Ik durfde het haast niet. Alsof ik me aanstel, de kantjes ervan af loop, het er weer eens lekker van wil nemen. Bizar. Wat een kloterig gedoe is dat toch de hele tijd. Wat een gevecht met…mezelf. Niemand om me heen denkt dat ik ‘het er lekker van wil nemen’, waarom denk ik dat soort dingen toch de hele tijd.

Maar hoera, ik voel me echt belabberd, van griep dus. En zoals dat gaat in het leven: ik had een kinderverjaardag te vieren. Een waarvan ik me heilig had voorgenomen om hem dit jaar weer echt voluit te vieren. Omdat mijn zoon het verdient na al die tijd geleefd te hebben met een moeder die moe, moe, moe is. Ik voel me als moeder zo ontzettend tekortschieten af en toe. Natuurlijk doe ik mijn best, maar dat maakt het niet leuker voor de kids. Ik heb mezelf volgepropt met paracetamol en we hebben de verjaardag gevierd. Met heel veel visite, met heel veel taart en heel veel eten. Dat was ondenkbaar een jaar geleden. Hoera.

01-03-2016

Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik hier schreef. Dat is een goed teken. Ik ben weer aan het leven.

Het gaat goed. Ik zit weer op mijn volle uren op het werk. En ik ben veranderd.

Voorheen kon ik negatieve gebeurtenissen weg relativeren als een pro, maar dat kan en wil ik niet meer. Dus ik bots vaker met mensen, en ook harder. Een heel gek gevoel voor mij. Ik laat niets meer aan me voorbijglijden, ik neem stelling, reken af en ga dan pas door. Ik wil confrontaties niet meer uit de weg gaan, ik wil niet thuis, in mijn hoofd nog weken verder discussiëren met mensen. Dan knal ik maar liever flink, hoewel dat in de praktijk heel vaak hartstikke meevalt. Oefening baart kunst, en de emotionele boekhouding blijft lekker bij.

Ook thuis begin ik langzaam mijn draai weer te vinden. Nu ik niet meer bezig ben met werkuren opbouwen merk ik dat ik stapje voor stapje weer activiteiten onderneem zonder er al te veel bij na te denken. Ik verheug me ook weer op dingen. Op de lente bijvoorbeeld, ik ben ervan overtuigd dat het mooie weer me dat laatste zetje positieve energie gaat geven. Ik heb geaccepteerd dat het nog minstens een jaar zal duren voordat ik weer een beetje reserve opgebouwd zal hebben. Tot die tijd is het grenzen opzoeken, tegenkomen, aangeven en bewaken.

Een ding is duidelijk: ik kom anders uit mijn burn-out dan ik erin ging.


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.

Schrijf een reactie