7 maart 2015

Nu ik me langzaam beter ga voelen, komen er ook juist veel harder een soort op paniek lijkende momenten. Want hoe moet het in de toekomst met mij. Als ik blijkbaar zo geleefd heb zo lang, dat deze instorting het resultaat is, hoe moet ik het dan nu wel goed gaan doen. Kan ik mezelf nog wel vertrouwen, wie ben ik eigenlijk, heb ik al die tijd een leugen geleefd of zijn het stukjes die niet ok waren en is het fundament te vertrouwen? Zolang ik in mijn ‘bejaarde met alzheimer’ stadium was kon ik me daar best goed in wentelen. Ik voelde aan alles dat ik niets hoefde en ook niet zo veel kon. Nu kan dat wel weer een beetje, en aan de ene kant voel ik de belofte, maar aan de andere kant een soort heel diepe angst. Ik weet niet waar ik me aan vast kan of moet houden anders dan mezelf. Maar juist ik zelf heb me in deze situatie gemanoeuvreerd.

Ineens zie ik plaatjes voor me van een leven waarin ik voorgoed afgekeurd van de ene in de andere angstaanval glij. Misschien wordt dit gevoel versterkt doordat ik gister even tussen twee dingen door bij een supermarkt stopte om de weekboodschappen te doen. Was wel heel handig, maar niet gepland. Ik kreeg het ineens zo warm en benauwd in die winkel. Ik schrok me dood, ik was gewoon even vergeten dat ik niet 100% ben.
Maar het is echt, ik ben echt niet op mijn top.


Ik heb blijkbaar nog steeds moeite om mezelf daarin serieus te nemen.

9 maart 2015

Alles waar ‘te’ voor staat is niet goed. Ik zat eens wat dieper na te denken over het woordje ‘te’. Het is denk ik echt wel een onderdeel van de sleutel.

Een tweede onderdeel is: Het zijn dezelfde eigenschappen die je zo ver brengen, die je neerhalen. Ook alweer zo’n dooddoener. Dingen die je allang weet.
Totdat ze ineens samen klikken. Dan kom ik opeens op iets dat ik werkelijk kan oefenen concreet: doen wat ik doe van nature maar dan steeds denken of ik niet ‘te’ bezig ben en het eventueel ter plaatse een tandje minderen. Interessant en zeker iets dat ik vanaf nu ga bekijken, elke dag, zo vaak mogelijk. Zo ben ik dan ook wel weer 😉

BRIEF VAN 9 MAART AAN DE AFDELING:
Hai allemaal,

Hoe is het?

Ik wil jullie graag laten weten dat ik morgen voor het eerst weer voet op de afdeling ga zetten.

Dat we niet van elkaar schrikken.

Ik ben nogal plotsklaps verdwenen en kan me voorstellen dat dat vragen oproept. Voor wie daar behoefte aan heeft hier een samenvatting van de afgelopen drie en een halve maand:

Dag 1: Totaal uitgeput, en waar ik wel eens vaker een traantje bevallig wegwapper, bleven ze nu komen en stromen. Een week bijslapen dan ben ik er wel weer, was mijn idee.

Week 1: En dat viel dus even vies tegen. In plaats van bijkomen raakte ik nog veel vermoeider en stopten mijn hersens met logisch nadenken. Bloedonderzoek: niets bijzonders.

Maand 1: Neem maar de tijd, dan zien we je na de kerst weer. Gevolg bij mij: opluchting maar vooral gevoelens van schuld, falen, tekortschieten en aanstelleritus. Iedereen heeft het druk, en die zitten toch ook niet allemaal lekker thuis.

Nou lekker thuis zat ik ook niet, maar dat vergat ik dan even voor het gemak. Ik kon werkelijk niets. Zat alleen maar moe op de bank of aan de keukentafel. Kon geen twee dingen tegelijk onthouden, laat staan er 15 tegelijk doen zoals ik gewend ben. Dat mijn hersens het zo lieten afweten was eigenlijk een zegen want daardoor wist ik: er is echt iets aan de hand en ik stel me niet aan. Langzaam ben ik het gaan accepteren. Het gaat niet goed met me.

Maand 2: Na de kerst weer aan het werk, dat was de focus en mijn verwachting. Maar ik was tegen die tijd blij als ik compleet met pasje en lijstje bij de supermarkt om de hoek aan was gekomen. Om er dan voor de deur achter te komen dat ik m’n huissleutels was vergeten.
Overwinning van de maand: Ik heb mijn bejaarde ik omarmd, dan maar even zo.  ‘Het is zoals het is en het gaat zoals het gaat’ werd mijn mantra.

Maand 3: Waarom? Hoe kom ik hier terecht? Hoe kom ik hier nooit meer terecht? Dat zijn natuurlijk de grote vragen. Met voor een deel nogal voor de hand liggende antwoorden: het was nogal veel de laatste…20 jaar.
Opstaan, doorgaan en de moed erin houden was het motto. Teveel gevoel en zooi aan de kant gezet en de lat her en der te hoog gelegd.
Ik dacht dat ik een knop had die ik om kon zetten als dat nodig was, je kent hem zelf waarschijnlijk ook wel, en dat die knop nu gewoon stuk was.
Maar, heb ik nu geleerd, want ik word natuurlijk wel heel wijs en zen van deze ellende, dat ik elke keer als ik ‘de knop’ omzette in feite de zooi die er op dat moment aan de hand was parkeerde in mijn ‘parkeergarage’.  Geparkeerd maar niet verdwenen.
En die parkeergarage raakte vol, overvol. Tijd dus om alle auto’s weer 1 voor 1 naar buiten te laten rijden en plek te maken, waardoor er weer sprake kan zijn van een fatsoenlijke doorstroom. (Zou bij de bedrijfsgarage ook geen kwaad kunnen denk ik).

Nu: Ik voel me langzaam weer sterker worden, hersens beginnen weer te functioneren. Maar ik ben er nog lang niet. Een onverwachte stop bij de supermarkt put me nog steeds uit. Vooral sociale bijeenkomsten maken me heel erg moe. Dat wil niet zeggen dat ik ze niet leuk vind, dat is nu juist een beetje het gevaar. Ik hou van mensen, en kletsen en me overal mee bemoeien, zoals jullie weten, maar ik betaal er een hoge rekening voor op dit moment. Ik moet opnieuw mijn balans vinden daarin en weet niet of dat langzaam weer terug naar ‘normaal’ gaat of dat ik voorgoed anders zal zijn.

We gaan het meemaken want morgen kom ik voor het eerst weer even de afdeling op voor een afspraak met Inez over hoe nu verder.

Je mag me gerust voeren en aaien, maar ingewikkelde levensvragen reageer ik minder relaxed op ;-).

Oh en ik heb jullie ook gemist en heb deze tijd nooit een probleem met de afdeling, het bedrijf of jullie gehad. Juist de wetenschap dat er een plek wacht waar ik me altijd fijn heb gevoeld, hielp enorm.

Tot morgen of anders de volgende keer!


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.

Schrijf een reactie