Categorie

Interview

Categorie

Esther Roest de Ruiter (getrouwd, 1 zoon)

De shit uit mijn verleden is de mest voor mijn toekomst!” Pontificaal prijkt deze zin op de blog van Esther. Een zin die haar typeert. Want shit heeft ze gehad, een grote bak met shit zelfs.

Esther groeide op in een streng dogmatisch christelijk gezin. Omdat ze al heel jong leerde dat iedereen zondig is en ingesteld is tot kwaad, stond gehoorzaamheid daarom hoog in het vaandel. Kinderen moesten worden ‘afgericht’ en als ze als kind niet wilde luisteren werd haar wil gebroken. Zeker als je als kind een te sterke eigen wil had, was het normaal binnen het gezin dat er werd geslagen. Het waren de harde dreunen in de goede richting. Een pak slaag wat haar ouders deden uit liefde. Later zou ze daar hun dankbaar voor zijn. Daarna moest ze bidden voor vergeving en dankbaar zijn dat Jezus onze verlosser ook voor haar zonde aan het kruis was gestorven. “Ik kan me niet voorstellen dat God het zo bedoeld heeft,” zegt ze, “maar dat is wel hoe het thuis ging.” Ze blijft even stil. “Uiteindelijk doet dat natuurlijk ook wat met je eigen geloof. En eigenlijk ben ik nog steeds op een zoektocht naar wat het geloof en misschien God dan wel is.” Ze lacht: “Wat wel een hele leuke en interessante zoektocht is hoor!”

Uiteindelijk leggen de gebeurtenissen in haar jeugd een basis voor een complexe Post Traumatisch Stress Syndroom. Op school wordt Esther vreselijk gepest, iets wat ook een significante bijdrage levert aan de afbreuk van haar zelfvertrouwen. Als ze lichamelijk het ook zwaar voor haar kiezen krijgt en verschillende operaties moet ondergaan, krijgt ze ook nog te maken met seksueel geweld en was het spreekwoordelijke emmertje vol. “En toch bleef er iets in mij zeggen, dat er een reden is dat ik dit allemaal meemaak, wat die reden was, wist ik toen nog niet.”

Esther leeft ‘gewoon’ door en heeft het gejaagde gevoel wat ze continu ervaart als onderdeel van haar leven geaccepteerd. “Je hebt in eerste instantie helemaal niet door dat je continu gebukt gaat onder die emmer met shit.” Esther gaat een paar keer aan de slag met therapeuten, maar komt niet tot een lange termijn oplossing. Het leven gaat ondertussen gewoon door. Ze trouwt en krijgt een zoon. In schrijven vindt ze al heel haar leven troost, het is voor haar een manier van verwerken. De vrienden aan wie ze één en ander laat lezen, complimenteren haar met haar schrijfkunst. Het wakkert het vuurtje in Esther aan. “Ik ga me naar de top schrijven!”

Begin 2018 spoort een vriendin haar aan om 50 Shades of Grey  te kijken. Lachend: “Je weet wel, die film die niemand gezien heeft, maar stiekem iedereen toch kijkt.” Vooral de laatste scène in de film triggeren de PTSS die ze zo vakkundig in laatjes heeft gestopt. Het hek was van de dam. Esther heeft een hele heftige fysieke en mentale reactie op deze scène in de film. “Dat was het moment dat ik me realiseerde dat het zo niet langer kon. De angel moet eruit, anders blijft dit een terugkerend fenomeen.”

Ze omschrijft haar gevoelsleven als een ronkende auto die klaar staat om meteen weg te kunnen rijden. “De vecht en vluchtknop staat continu aan, dus je bent altijd alert en op je hoede. Als het moet kun je meteen weg!” Esther is er letterlijk klaar mee, die constante stress zou haar echt een keer breken. Het moest anders. Ze maakte de keuze om in 2018 met haar therapeut Ina en met zichzelf aan de slag te gaan. Een lastig besluit, ook omdat ze het moeilijk vindt om voor zichzelf te kiezen. “Daar heb je Esther weer, die moet weer aan de slag met zichzelf. Je schaamt je kapot.”

Uiteindelijk bleek 2018 een zwaar jaar. Voor jezelf kiezen is niet altijd makkelijk, maar in het geval van Esther heeft het haar nu echt geholpen. Haar doel was om mentaal en fysiek zo sterk te worden dat de ronkende motor uit zou gaan. “PTSS daar genees je niet van. Het blijft altijd een litteken. Als je daarop drukt, dan blijft het pijn doen.” Esther is 9 maanden in therapie geweest en met resultaat! Het opbouwen kan beginnen. Afgelopen zomer tijdens de gezinsvakantie gebeurde er iets geks: “Ik had het gevoel dat ik iets miste ofzo, de rust overviel me zo. Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

De stress die ze haar hele leven had gekend was ineens weg. Haar vecht en vluchtknop stond uit. En hoe erg ze die stress ook verafschuwde, ze moest ontzettend wennen aan de rust in haar lijf. “Je lichaam moet een nieuwe balans vinden, je moet als het ware op zoek naar een nieuw normaal.” Ze lacht erom. “Wat een luxeprobleem eigenlijk!”

Plannen heeft Esther inmiddels genoeg. “Het is zo fijn om ineens vanuit rust na te denken over de toekomst. Die mogelijkheid had ik eerder niet.” Esther is van plan om haar ervaringen in te zetten om anderen te helpen hun zelfvertrouwen te vergroten. “Als ik het toch kan, na die emmer shit, dan zou het toch geweldig zijn als ik daar ook anderen mee kan helpen?”

Terugkijkend op haar jeugd, geeft Esther aan dat ze zichzelf niet als slachtoffer ziet. “Ik ben de dupe geworden van de keuzes van anderen. En daar kun je op een aantal manieren mee omgaan.” Esther benadrukt dat het continu gaat om het maken van keuzes. “Mijn ouders hebben ervoor gekozen om hun eigen trauma op mij te leggen. Die manier van opvoeden zit al generaties in de familie,” even blijft het stil, “ik heb ervoor gekozen die cirkel te doorbreken naar mijn kind toe. En dat is me gelukt!”


Om goed om te kunnen gaan met stress en gedachten die Esther stress geven, past ze regelmatig de 4 vragen van Byron Katie toe:

  1. Is het waar? (Nee → ga naar vraag 3)
  2. Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
  3. Hoe reageer je, wat gebeurt er als je jouw gedachten gelooft?
  4. Wie zou je zijn zonder deze gedachten?

Voor Esther een echte eye-opener. “Het is zo makkelijk om je ellendige gedachte te volgen. Mensen zijn gewoontedieren. En niet stilstaan bij je eigen gedachten is kiezen voor de makkelijke weg.”

Esther is ervan overtuigd dat iedereen in staat is om bepaalde keuzes te maken. Het gaat erom waar jij je focus op legt. “Als jij het gevoel van ellende blijft voeden, dan wordt het alleen maar groter! Maar als jij ervoor kiest om aandacht te geven aan dat kleine vlammetje, dan wordt dat een steeds groter vreugdevuur.” En natuurlijk realiseert zij zich dat dit lastig is en dat het oefening vergt. “Fietsen kon je toch ook niet in één keer? Vallen, opstaan en weer doorgaan!”

Esther is ervan overtuigd dat je met je mindset, een portie nieuwsgierigheid en volhardendheid een heel eind moet komen.

“Vertrouwen hebben in jezelf is wat dat betreft voor mij het allerbelangrijkste! Vertrouwen en daar keuzes op maken!”


Wil je meer weten over het werk van Byron Katie, kijk dan eens op haar website. of bestel haar meest bekende boek “De 4 vragen die je leven veranderen” via onderstaande button. Als je de blogs van Esther wilt lezen, dan kan dat hier.

Marianne van Beusekom (getrouwd, 1 zoon, 1 dochter)

”Ga ik nu dood?” Het was de eerste vraag die Marianne stelde aan de arts die haar net verteld had dat ze borstkanker had. Het was 15 januari 2016. Bij de laatste mammografie en echo was er niks naar voren gekomen, terwijl haar ene borst toch echt ineens heel anders had aangevoeld dan voorheen. De radioloog was het met haar eens en besloot, ondanks dat er niks te zien was, toch een punctie te doen.

“Een tumor van 6,5 centimeter. Dat is de grootte van een mandarijn, wist je dat?” Marianne vertelt het met een knipoog. En dus zat ze die 15e januari in 2016 bij de oncoloog, met haar man, met de vraag of ze nu doodging. Dat was het eerste wat in haar op kwam.

“Nee! Dood ga je niet. Maar heel ziek ga je wel worden.”

Marianne voor ze ziek werd

Marianne denkt met warme gevoelens terug aan haar chirurg, dokter Joosten. De man wond er geen doekjes om, en is altijd duidelijk en eerlijk tegen haar geweest. “Waarom zou ik hem wantrouwen en ervan uit gaan dat ik misschien toch doodga. Ook al zegt hij van niet. Van wantrouwen ga je je niet beter voelen, van vertrouwen wel.”

In overleg met de arts gaat Marianne nog met haar gezin op wintersport voor de behandeling start.

Op 7 maart 2016 “gaat het eerste gif erin”. Het was voor Marianne en haar gezin een speciaal moment. “Het voelde als een startpunt, als een moment waarop we als gezin tegen elkaar zeiden we gaan ervoor!”

Als gezin besloten ze ook van tevoren dat het hele jaar 2016 verloren zou zijn. De totale behandeling van Marianne zou ruim een jaar in beslag nemen, daarna was er weer tijd voor andere zaken. Voor nu moest de kanker uit de weg worden geruimd.

De chemo was gestart en Marianne zat zich met enige regelmaat af te vragen wanneer ze nou zo ziek zou worden. Natuurlijk was ze met vlagen gammel en vermoeid. Maar echt ziek? Nee, dat gebeurde eigenlijk niet. Ze merkte dat haar omgeving het niet altijd makkelijk vond. Een Marianne met kanker die gewoon stond te stofzuigen en de badkamer stond te schrobben.

(Artikel loopt door na de foto.)

Marianne met haar zoon tijdens de chemo

“Mensen associëren kanker al snel met Er komt een vrouw bij de dokter praktijken, en als je niet aan dat plaatje voldoet, dan is dat maar gek.”

Marianne met haar pruik

Kaal werd Marianne wel, dat vond ze misschien nog wel het ergste van alles. Daar zijn best wat tranen om gevloeid. Op de dag dat ze voor het eerst haar pruik droeg, kwam haar zoon binnen en merkte niks bijzonders op. “Zie je niet iets?” Maar hij zag geen verschil. Ook klanten op haar werk riepen regelmatig hoe goed ze eruitzag. “Gewoon een goede haardag” riep ze dan lachend.

Ze grinnikt even en zegt dan: “Ik heb wel respect voor die kale bouwvakkers en stratenleggers die buiten werken hoor. Weet je hoe koud een kaal hoofd wel niet is?”

Na de chemo start ze preventief met hormoontherapie. “Een nachtmerrie”, omschrijft ze het zelf. “Ik ontplofte om elke scheet die dwars zat, ik werd er een heel naar mens door.” Ze besluit dan ook, in overleg met haar man om er mee te stoppen. Al na 10 dagen zegt hij de glinstering in haar ogen weer terug te zien. “Ik heb mijn Marianne weer terug!” De oncoloog was minder enthousiast en gaf haar een snoeiharde reactie: “Als je nu ergens borstkanker terugkrijgt, dan ben je niet meer te redden!”

Dat voelde als een klap in haar gezicht, en toch heeft ze besloten het risico te nemen. De vrouw die ze werd van al die hormonen stond in schril contrast met de vrouw die ze voor de kanker was en weer wilde zijn. “Als dat betekent dat ik 5 jaar korter leef, dan is dat maar zo. Daar moet iedereen zijn eigen keuze in maken, dit is mijn keuze” zegt ze stellig.

In april 2017 volgde nog een borstreconstructie, op eigen verzoek. In principe is Marianne nu schoon. “Je hebt natuurlijk gewoon maar garantie tot de voordeur”, ze zegt het lachend. “Je kiest er niet voor, je krijgt gewoon kanker om je oren. Alleen ik geloof dat het geen enkele zin heeft om jezelf alleen maar zielig te vinden. Je schouders eronder en gaan, dat werkte voor mij veel beter.”

Afgelopen jaar waren Marianne en haar man 25 jaar getrouwd. Dit hebben ze uitgebreid gevierd. Misschien wel uitgebreider dan dat ze normaal hadden gedaan. Juist omdat ze nu weten dat het niet iedereen gegeven is.

(Artikel loopt door na de foto.)

Marianne en haar man

Zijn er nou zaken die Marianne wellicht anders heeft gedaan dan anderen, zaken die een positieve bijdrage hebben geleverd aan haar herstel of aan haar kijk op dingen? Ze blijft een hele tijd stil. “Heb ik dingen echt anders gedaan?”

“Ik weet het niet, ik heb gedaan wat bij mij paste en dat zelfs geheel onbewust. Ik heb wel de totale overtuiging dat zitten wegkwijnen in een hoekje je niet gaat helpen. Tuurlijk heb ik gejankt, tuurlijk was het kut, maar wat voor zin heeft het om dat de boventoon te laten voeren?”

Een paar zaken wil ze zeker wel benoemen die haar geholpen hebben, want “misschien helpt het anderen ook”:

  • Geef eerlijk antwoord als mensen je vragen hoe het gaat. “Goed hoor, terwijl je eigenlijk vet kut wil zeggen, daar heeft niemand wat aan.”
  • Blijf jezelf verzorgen. “Als ik naar buiten ging, deed ik gewoon mijn pruik op en smeerde make-up op mijn gezicht. Dat je ziek bent, wil toch niet zeggen dat je dat aan alle kanten moet uitdragen. Normaal deed ik dat ook altijd, waarom nu dan niet?”
  • Ga op zoek naar een vraagbaak, een ervaringsdeskundige en heb dan geen géne. “Wij hadden contact met een paar mensen uit het dorp. Je stelt daar hele intieme vragen. Dan is er geen ruimte voor schaamte. Ik heb best veel tips gehad over persoonlijke verzorging waar het ziekenhuis niet mee kwam, en geloof me: die tips wil je hebben!”
  • Accepteer én geef aan dat je niet meer alles kan. “Door de behandeling was ik fysiek gewoon tot minder in staat dan ervoor. Hoe sneller je dat accepteert en dat ook gewoon aangeeft, hoe makkelijker het wordt. Je maakt het anders toch alleen maar moeilijker voor jezelf?”
  • Blijf in gesprek met je naasten. “In mijn geval heeft mijn kanker best een wissel getrokken op mijn man. Naast mijn man is hij ook mijn beste vriend en kunnen we alles bespreken. Dat ging er soms best hard aan toe. De gevolgen als je dat niet kunt of doet, zijn echt veel erger!”
  • Aanvaard én vraag hulp. “Er was op een bepaald moment een Marianne Taxi App en een Marianne Hulp App. Als ik naar het ziekenhuis moest voor het één of ander dan vroeg ik in die app wie er dan en dan tijd had om me even te brengen. Overweldigend veel reacties. Zo lief!”

“Ik functioneer nu ongeveer op 85% van mezelf, in verhouding tot voor ik ziek werd. Dat is best een nette score toch?” Ze lacht. “Daarnaast ben ik gewoon ook heel erg trots op mezelf, ik heb het toch maar geflikt ook al is er nog steeds die resterende 15%.”

Marianne geeft wel aan dat er zaken zijn veranderd, dingen die ze zelf als positief bestempeld. “Ik kan veel beter relativeren, is iets echt een probleem, of maak ik er een probleem van? Wij als gezin leven ook veel meer volgens het pluk de dag principe: willen we een keer extra uit eten dan doen we dat nu gewoon.” Ook voor haar vriendschappen heeft ze een hernieuwde waardering: “Je leert je echte vrienden goed kennen. In dit hele proces is er eigenlijk maar eentje afgevallen, de rest stond er gewoon. En dat gaat ook alleen maar als je open staat voor al die liefde die je mag ontvangen.”

Ze valt even stil. “Ik schiet er gewoon weer vol van! Nu ik het er zo met jou over heb, heb ik gewoon echt heel erg veel om dankbaar voor te zijn. Het zou toch zonde zijn als je dat door pessimisme niet meer zou kunnen zien.”

Astrid van de Nieuwenhof

“Ik wilde graag nieuwe mensen leren kennen.” Astrid zegt het stellig. Ze was na haar studie naar Utrecht verhuisd voor een nieuwe baan. Ze besloot zich aan te sluiten bij een fietsclub en schafte een racefiets aan. “Heerlijk! Ik leerde een hoop mensen kennen, was ook nog sportief bezig en kwam veel buiten. Echt een goede stap.”

Ongeluk

In juni 2010 staat er weer een training op het programma. De groep is buiten de bebouwde kom hard aan het trappen, als er vanaf de andere kant een tractor met strobalen aan komt rijden. Het plastic om één van de strobalen zit niet goed vast en wappert wat in de wind. Als Astrid de tractor voorbij fietst, blijft het plastic in haar pedaal hangen waardoor ze gelanceerd wordt. Ze slaat 3 keer over de kop en blijft op het asfalt liggen. De tractor rijdt gewoon door.  

“Iemand zei daarna tegen me dat ik geluk had gehad, omdat ik ook dood had kunnen gaan.” Ze zucht. “Natuurlijk had het veel erger gekund, maar geluk? Nee, zo zou ik het niet willen omschrijven.” Astrid brak haar val met haar elleboog. Deze bleek compleet verbrijzeld te zijn. Volgens de arts zou de arm van Astrid nooit meer recht kunnen staan. Astrid wilde zich hier niet bij neerleggen en besloot zelf om te starten met fysiotherapie. Hoelang ze onderweg zou zijn, kon niemand haar vertellen. Door allerlei bijkomende complicatie, was ze er uiteindelijk een half jaar zoet mee.  “Een half jaar is best lang als je net met je nieuwe baan bent begonnen.”

Reuma

Aan het einde van haar behandeltraject moest ze nog één keer terug naar de fysiotherapeut, hij wilde haar controleren in verband met de schade-afhandeling. “Wat loop je moeilijk!” Het was meer een constatering dan een vraag aan Astrid. Ze dacht toen nog dat het lastige lopen kwam doordat ze zo slecht sliep. De fysiotherapeut deed verder onderzoek. De woorden die hij daarna uitsprak, kwamen voor Astrid als een enorme schok: “Ik ga je verwijzen naar een reumatoloog.”

“Reuma is toch voor oude mensen?” Astrid was compleet perplex. “Dat was dus hele erge dikke vette pech voor mij.” Na een lange rij onderzoeken, meer onderzoeken en nog een beetje meer onderzoek bleek ze inderdaad reuma te hebben. Getriggerd door de narcose die ze kreeg voor de operaties aan haar elleboog. De narcose verlaagt je immuniteit: “Hoi, zei de immuunziekte! Rot maar gauw op dacht ik!”, ze lacht als ze deze anekdote vertelt.

De diagnose zelf ervaart ze niet als schokkend. “Op het moment dat de fysiotherapeut me doorstuurde, had ik mijn schok al gekregen. Naar deze diagnose heb ik op een gekke manier toe kunnen leven.” Reuma is een progressieve ziekte. Dat betekent voor Astrid dat ze weet dat het erger kan worden. Beter wordt het sowieso niet. “Ineens ben je chronisch ziek, en dat betekent nogal wat voor je leven. Je weet dat het erger wordt, maar wanneer en hoe, dat weet je niet. Dus je enige zekerheid is de onzekerheid.”

Accepteren

Het accepteren van haar beperkingen ging niet zonder slag of stoot. “Er waren dagen dat een boksbal tot moes slaan, niet voldoende was. Ik was zo boos en vond alles stom.” De fiets kon ze niet meer op, en daar baalde Astrid verschrikkelijk van. Dus elke andere sport werd vergeleken met fietsen, maar niets kon er tegen op. Terwijl bewegen wel essentieel werd voor Astrid. “Ik wilde niet letterlijk vastroesten in mijn lijf.” Ze ging op zoek naar een alternatief.

Via het Reumafonds krijgt ze op een dag een mailtje over de marathon in Egmond. Ze besluit zich in te schrijven en vraagt mensen om haar te sponsoren. In haar oproep om geld te doneren voor haar wandeling schrijft ze letterlijk: “Ik wil mijn frustratie omzetten in iets positiefs!” Astrid loopt de 21 kilometer en heeft haar nieuwe sport gevonden: wandelen!

Het blijkt een kantelpunt te zijn. “Natuurlijk ben je onbewust al wel stappen aan het zetten in een acceptatieproces, maar door de marathon realiseerde ik me dat ik niet altijd maar boos wilde zijn, ik wilde niet alles maar stom vinden.” Door het wandelen leert ze ook weer nieuwe mensen kennen. En uit één van die vriendschappen is een mooi nieuw initiatief ontstaan: de Reuma Walk die Astrid organiseert om geld op te halen voor ReumaNederland. Ze besluit daarnaast ook nog een coachopleiding te volgen en heeft inmiddels een adviesbureau dat zowel werkgevers als werknemers begeleidt als een werknemer chronisch ziek of beperkt is.

Astrid ziet dat er aan beide kanten nog veel winst te behalen is. Werkgevers hebben vaak geen idee hoe ze om moeten gaan met een chronisch zieke medewerker. Maar ook de medewerker heeft nog wel wat te winnen. “Als jij als medewerker wel verwacht dat je werkgever begrip voor je heeft, maar je trekt zelf je mond niet open, dan wordt het een lastig verhaal. Begrip komt van twee kanten. Als jij ervoor kiest om niet te praten over je ziekte en de daarbij behorende beperkingen, dan moet je ook niet zeiken als daar geen begrip voor is. Jij bent zelf het startpunt.”


En nu?

Is Astrid dan altijd maar vrolijk, blij en positief? Ze schiet in de lach. “Nee joh, natuurlijk niet! Het eerste jaar mocht ik van mezelf niet boos zijn, want ja: positiviteit brengt je veel verder. Dat is natuurlijk puur rationeel. Pas toen mijn therapeut tegen me zei dat het toch wel een hele opsomming was die ik daar zojuist zo koud en zakelijk had neergelegd, brak ik.”

Astrid

En nu kan Astrid gewoon een kutdag hebben, net als ieder ander. Juist door jezelf de ruimte te geven om af en toe boos te zijn en alles maar stom te vinden, creëert zij voor zichzelf de ruimte om er goed mee om te kunnen gaan.

“Weet je wat voor mij bijvoorbeeld heel goed helpt?” ze klinkt helemaal opgetogen, “als ik nou zo’n klotedag heb, dan bel ik een vriendin en dan kondig ik aan dat ik een kwartier helemaal losga op alles.” Astrid moppert, schreeuwt en vloekt dan alles bij elkaar en dan moet ze er al eigenlijk weer om lachen. “Wat ga je er dan aan doen hé? Dat is natuurlijk de vraag. Van alleen zeiken wordt niemand beter.”

Zo ziet ze dat ook terug binnen haar activiteiten met lotgenoten. Er is een tweedeling. De ene groep gooit de schouders eronder en gaat er (binnen hun mogelijkheden) voor, de andere groep is meer bezig met wat ze allemaal niet kunnen. Astrid gelooft dat dit komt door karakter, opvoeding maar ook je omgeving. “Als je alleen maar hoort hoe zielig je wel niet bent, dan ga je jezelf toch ook heel zielig vinden. Je moet wel heel sterk in je schoenen staan om daar boven te kunnen staan.”

En natuurlijk is het niet alleen maar rozengeur, maneschijn en regenbogen, maar soms is kut ook alleen maar kut en niet het einde van de wereld. “Ken je dat liedje van Veldhuis & Kemper? Volkomen Kut! Nou, dat dus.”

Onlangs heeft Astrid uitgesproken dat ze dankbaar is voor alles wat ze heeft doorgemaakt en voor haar reuma. Natuurlijk had ze liever de pijn niet gehad, maar het heeft haar zo verschrikkelijk veel opgeleverd.

 “Ik heb misschien een beperking, maar dat betekent niet dat ik mijn beperking ben!”


Wil je meer weten over de Reuma Walk die Astrid organiseert, neem dan een kijkje op de Facebook pagina van de Reuma Walk.

Meer lezen over het werk wat Astrid nu doet? Kijk dan op eens op haar website.