Marianne van Beusekom (getrouwd, 1 zoon, 1 dochter)

”Ga ik nu dood?” Het was de eerste vraag die Marianne stelde aan de arts die haar net verteld had dat ze borstkanker had. Het was 15 januari 2016. Bij de laatste mammografie en echo was er niks naar voren gekomen, terwijl haar ene borst toch echt ineens heel anders had aangevoeld dan voorheen. De radioloog was het met haar eens en besloot, ondanks dat er niks te zien was, toch een punctie te doen.

“Een tumor van 6,5 centimeter. Dat is de grootte van een mandarijn, wist je dat?” Marianne vertelt het met een knipoog. En dus zat ze die 15e januari in 2016 bij de oncoloog, met haar man, met de vraag of ze nu doodging. Dat was het eerste wat in haar op kwam.


“Nee! Dood ga je niet. Maar heel ziek ga je wel worden.”

Marianne voor ze ziek werd

Marianne denkt met warme gevoelens terug aan haar chirurg, dokter Joosten. De man wond er geen doekjes om, en is altijd duidelijk en eerlijk tegen haar geweest. “Waarom zou ik hem wantrouwen en ervan uit gaan dat ik misschien toch doodga. Ook al zegt hij van niet. Van wantrouwen ga je je niet beter voelen, van vertrouwen wel.”

In overleg met de arts gaat Marianne nog met haar gezin op wintersport voor de behandeling start.

Op 7 maart 2016 “gaat het eerste gif erin”. Het was voor Marianne en haar gezin een speciaal moment. “Het voelde als een startpunt, als een moment waarop we als gezin tegen elkaar zeiden we gaan ervoor!”

Als gezin besloten ze ook van tevoren dat het hele jaar 2016 verloren zou zijn. De totale behandeling van Marianne zou ruim een jaar in beslag nemen, daarna was er weer tijd voor andere zaken. Voor nu moest de kanker uit de weg worden geruimd.

De chemo was gestart en Marianne zat zich met enige regelmaat af te vragen wanneer ze nou zo ziek zou worden. Natuurlijk was ze met vlagen gammel en vermoeid. Maar echt ziek? Nee, dat gebeurde eigenlijk niet. Ze merkte dat haar omgeving het niet altijd makkelijk vond. Een Marianne met kanker die gewoon stond te stofzuigen en de badkamer stond te schrobben.

(Artikel loopt door na de foto.)

Marianne met haar zoon tijdens de chemo

“Mensen associëren kanker al snel met Er komt een vrouw bij de dokter praktijken, en als je niet aan dat plaatje voldoet, dan is dat maar gek.”

Marianne met haar pruik

Kaal werd Marianne wel, dat vond ze misschien nog wel het ergste van alles. Daar zijn best wat tranen om gevloeid. Op de dag dat ze voor het eerst haar pruik droeg, kwam haar zoon binnen en merkte niks bijzonders op. “Zie je niet iets?” Maar hij zag geen verschil. Ook klanten op haar werk riepen regelmatig hoe goed ze eruitzag. “Gewoon een goede haardag” riep ze dan lachend.

Ze grinnikt even en zegt dan: “Ik heb wel respect voor die kale bouwvakkers en stratenleggers die buiten werken hoor. Weet je hoe koud een kaal hoofd wel niet is?”

Na de chemo start ze preventief met hormoontherapie. “Een nachtmerrie”, omschrijft ze het zelf. “Ik ontplofte om elke scheet die dwars zat, ik werd er een heel naar mens door.” Ze besluit dan ook, in overleg met haar man om er mee te stoppen. Al na 10 dagen zegt hij de glinstering in haar ogen weer terug te zien. “Ik heb mijn Marianne weer terug!” De oncoloog was minder enthousiast en gaf haar een snoeiharde reactie: “Als je nu ergens borstkanker terugkrijgt, dan ben je niet meer te redden!”

Dat voelde als een klap in haar gezicht, en toch heeft ze besloten het risico te nemen. De vrouw die ze werd van al die hormonen stond in schril contrast met de vrouw die ze voor de kanker was en weer wilde zijn. “Als dat betekent dat ik 5 jaar korter leef, dan is dat maar zo. Daar moet iedereen zijn eigen keuze in maken, dit is mijn keuze” zegt ze stellig.

In april 2017 volgde nog een borstreconstructie, op eigen verzoek. In principe is Marianne nu schoon. “Je hebt natuurlijk gewoon maar garantie tot de voordeur”, ze zegt het lachend. “Je kiest er niet voor, je krijgt gewoon kanker om je oren. Alleen ik geloof dat het geen enkele zin heeft om jezelf alleen maar zielig te vinden. Je schouders eronder en gaan, dat werkte voor mij veel beter.”

Afgelopen jaar waren Marianne en haar man 25 jaar getrouwd. Dit hebben ze uitgebreid gevierd. Misschien wel uitgebreider dan dat ze normaal hadden gedaan. Juist omdat ze nu weten dat het niet iedereen gegeven is.

(Artikel loopt door na de foto.)

Marianne en haar man

Zijn er nou zaken die Marianne wellicht anders heeft gedaan dan anderen, zaken die een positieve bijdrage hebben geleverd aan haar herstel of aan haar kijk op dingen? Ze blijft een hele tijd stil. “Heb ik dingen echt anders gedaan?”

“Ik weet het niet, ik heb gedaan wat bij mij paste en dat zelfs geheel onbewust. Ik heb wel de totale overtuiging dat zitten wegkwijnen in een hoekje je niet gaat helpen. Tuurlijk heb ik gejankt, tuurlijk was het kut, maar wat voor zin heeft het om dat de boventoon te laten voeren?”

Een paar zaken wil ze zeker wel benoemen die haar geholpen hebben, want “misschien helpt het anderen ook”:

  • Geef eerlijk antwoord als mensen je vragen hoe het gaat. “Goed hoor, terwijl je eigenlijk vet kut wil zeggen, daar heeft niemand wat aan.”
  • Blijf jezelf verzorgen. “Als ik naar buiten ging, deed ik gewoon mijn pruik op en smeerde make-up op mijn gezicht. Dat je ziek bent, wil toch niet zeggen dat je dat aan alle kanten moet uitdragen. Normaal deed ik dat ook altijd, waarom nu dan niet?”
  • Ga op zoek naar een vraagbaak, een ervaringsdeskundige en heb dan geen géne. “Wij hadden contact met een paar mensen uit het dorp. Je stelt daar hele intieme vragen. Dan is er geen ruimte voor schaamte. Ik heb best veel tips gehad over persoonlijke verzorging waar het ziekenhuis niet mee kwam, en geloof me: die tips wil je hebben!”
  • Accepteer én geef aan dat je niet meer alles kan. “Door de behandeling was ik fysiek gewoon tot minder in staat dan ervoor. Hoe sneller je dat accepteert en dat ook gewoon aangeeft, hoe makkelijker het wordt. Je maakt het anders toch alleen maar moeilijker voor jezelf?”
  • Blijf in gesprek met je naasten. “In mijn geval heeft mijn kanker best een wissel getrokken op mijn man. Naast mijn man is hij ook mijn beste vriend en kunnen we alles bespreken. Dat ging er soms best hard aan toe. De gevolgen als je dat niet kunt of doet, zijn echt veel erger!”
  • Aanvaard én vraag hulp. “Er was op een bepaald moment een Marianne Taxi App en een Marianne Hulp App. Als ik naar het ziekenhuis moest voor het één of ander dan vroeg ik in die app wie er dan en dan tijd had om me even te brengen. Overweldigend veel reacties. Zo lief!”

“Ik functioneer nu ongeveer op 85% van mezelf, in verhouding tot voor ik ziek werd. Dat is best een nette score toch?” Ze lacht. “Daarnaast ben ik gewoon ook heel erg trots op mezelf, ik heb het toch maar geflikt ook al is er nog steeds die resterende 15%.”

Marianne geeft wel aan dat er zaken zijn veranderd, dingen die ze zelf als positief bestempeld. “Ik kan veel beter relativeren, is iets echt een probleem, of maak ik er een probleem van? Wij als gezin leven ook veel meer volgens het pluk de dag principe: willen we een keer extra uit eten dan doen we dat nu gewoon.” Ook voor haar vriendschappen heeft ze een hernieuwde waardering: “Je leert je echte vrienden goed kennen. In dit hele proces is er eigenlijk maar eentje afgevallen, de rest stond er gewoon. En dat gaat ook alleen maar als je open staat voor al die liefde die je mag ontvangen.”

Ze valt even stil. “Ik schiet er gewoon weer vol van! Nu ik het er zo met jou over heb, heb ik gewoon echt heel erg veel om dankbaar voor te zijn. Het zou toch zonde zijn als je dat door pessimisme niet meer zou kunnen zien.”

Schrijf een reactie