Tag

burn-out-dagboek

Browsing

18 maart

Vandaag voor het eerst 2 uur gewerkt. En dat ging goed! Heb ook een mailtje aan mijn manager gestuurd dat het gesprek vorige keer veel te veel voor me was geweest en daar reageerde ze heel fijn op. Ik heb vandaag vooral met mensen gekletst en ook een mini klein beetje werk gedaan. Was blij te merken dat ik het nog kan, niet op topniveau maar dat komt wel weer, dat vertrouwen kreeg ik wel weer een beetje terug. Ik heb nogal een commerciële/creatieve functie en was een beetje bang dat mijn nieuwe ik niet meer zo ‘flitsend’ zou kunnen/willen werken. Heb op het moment bijvoorbeeld een beetje moeite met onzin gesprekken met mensen, waar ik voorheen de boventoon voerde. Ik heb mezelf gek gemaakt met het idee dat ik dan misschien helemaal niet meer in staat zou zijn tot luchtigheid. Maar dat valt geloof ik mee.
Ben netjes op tijd gestopt en nu thuis gewoon aan het klooien. Geloof dat ik geen ernstige grenzen heb overschreden

23 maart

Er is een reclame billboard op dit moment met een AH-reclame. Het is een vol boodschappenkarretje met van die snelheidsstrepen erachter. Alsof het karretje op de snelweg rijdt zeg maar. Erboven staat iets als:

Nu ook een pick-up point bij jou in de buurt. Als ik die poster zie dan word ik misselijk, letterlijk.


Het is namelijk de dolgedraaide samenleving samengevat in één boodschap. Precies zoals ik leefde voor ik instortte. Ik schrik er ook van dat dat een reclame is voor iets. Dat je dus dingen verkoopt door de belachelijke stress van het leven van tegenwoordig te verbeelden in een poster. Eng. Ik hoop dat die poster precies het tegenover gestelde oplevert. Namelijk dat mensen denken: het is toch te ziek voor woorden dat ik niet eens meer tijd heb/neem/maak om rustig boodschappen te doen. Ja die poster houdt me bezig. Misschien maak ik er wel een foto van en maak er dan mijn eigen waarschuwings-poster van, maar dan met een andere tekst erboven: DIT NOOIT MEER.

23 maart

Ik ben aan het oefenen om tegen mensen te zeggen: ‘Ik heb een burn-out’.

Iedereen kent wel iemand die ooit is omgevallen en het begrip dat mensen voor mij hebben is, tot nu toe, groot. Ik merk ook dat heel veel mensen zelf wel eens denken dat ze tegen instorten aan zitten. Dat mensen het fijn vinden om te horen dat er een leven mogelijk is waarin je leert minder te haasten en meer grenzen te stellen, aan jezelf en aan je omgeving. Ik ben een soort anti-stress-zendeling aan het worden. Ik kan er steeds minder goed tegen om mensen te zien rennen, stressen en haasten. Het houdt namelijk nooit op, het gaat nergens heen, er is geen eindpunt, het zit voor een belangrijk deel in jezelf en de keuzes die je maakt. 
 

24 maart

De stress begint weer in mijn lijf te schieten. Voel me niet fijn, ben moe, en mijn tranen zitten hoog. Weet niet zo goed waardoor het komt. Misschien wil ik toch weer teveel de dingen doen op een soort tjik-tjak-actie manier. Ik wil me niet meer zo voelen, en paniek ervan.  
Moet mezelf steeds weer vertellen dat dit een ‘neer’ is in het ‘op en neer’ van langzaam beter worden.  
 
Het zou zo fijn zijn als ik weet wat ik (niet) moet doen om weer in mijn relaxte bubbel terecht te komen.  
Het leven gaat ondertussen ook gewoon door. Dochter zit in zware (liefdes) tijden, ben dus druk met haar steunen, troosten en moed inspreken. Zoon kreeg ineens te maken met pesterijen op social media, ook iets waar ik me in moet verdiepen om hem er heelhuids doorheen te loodsen. Emotioneel zware arbeid op dit moment.

En dan zie ik mezelf ineens al kokend nog even mijn huiswerk doen voor de taalcursus die ik volg terwijl ik ondertussen de boekhouding aan het uitprinten ben. Niet goed bezig dus.
Heb wel bij de huisarts aangegeven dat ik ‘iets’ zoek ter ondersteuning de komende tijd, en heb nu over twee weken een gesprek met de praktijkondersteuner. Gewoon om mezelf bij de les te houden.

26 maart

Gister stond ik als een kind te huilen in de keuken, omdat ik mijn werk moest afbellen. Ik heb al een paar dagen last van een oorontsteking, het ging echt niet. En dat voelde slecht. Heel slecht. Twee keer per week twee uurtjes werken en dan afbellen. Wederom een dieptepunt. Ik vertel mezelf dat ‘gewone mensen’ zich ook ziekmelden met een oorontsteking, maar het voelt toch als één groot falen. Dubbel falen zelfs.

Hoog tijd om terug te gaan naar les 1: Laat het los. Doe niets. Probeer lief te zijn voor jezelf en te accepteren dat het is zoals het is, en gaat zoals het gaat. Klote burn-out.


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.

11 Maart 2015

Ik was gister voor het eerst de afdeling op. Ik reed ernaar toe en had gewoon zin om te gaan, om iedereen weer te zien. Had ze van tevoren een mail gestuurd met een uitleg over het hoe en waarom van mijn plotselinge afwezigheid, zodat ik niet 15 keer hoefde te vertellen hoe het met me is.

Het was ook echt leuk om iedereen weer te zien, al waren we wat onwennig met elkaar.
Zij omdat ze niet zo goed wisten of ik zou gaan huilen als ze iets zouden zeggen en ik omdat ik zo lang weg ben geweest en een beetje zenuwachtig was ook wel.

Heb een gesprek gehad met mijn manager, dat was aan de ene kant heel fijn maar aan de andere kant duurde het gesprek meer dan een uur, ze is nogal kletserig en ik ook. Een heleboel info en plannen en inzichten in de afdeling. Teveel merk ik nu. Ik ben er echt van van de leg vandaag.

Maar goed vanaf volgende week begin ik met 2 x2 uur werken. Kleine taakjes zonder deadline, wel gewoon mijn eigen werk. Spannend maar het voelt ook goed. Ik was haast vergeten dat ik een leven heb buiten mijn huisje.



De uitdaging ligt vooral op het sociale vlak merk ik.
De snelle grapjes die men maakt, waar ik normaal het hardst aan meedoe?
Ik trek het niet, vind het niet interessant en heb er geen zin in.
De behoefte van mijn manager om de afdeling naar een hoger plan te tillen?
Echt heel leuk, maar ik wil er nu nog even niet mee te maken hebben. Ik wil gewoon mijn eigen werk doen en niet nadenken over de grote lijnen, over uitdagingen en ego strelende vooruitzichten.

Moest vandaag echt wel even huilen van alle indrukken die in mijn hoofd nog rondtollen, beetje koppijn ook. Ben dus maar stoofvlees gaan maken.

Mijn bedrijfsarts, waar ik voordat ik de afdeling op ging een gesprek mee had, had wel een heel erg inzichtelijk plaatje over burn-out. Het kwam erop neer dat je een weegschaal hebt met Belasting aan de ene kant en Belastbaarheid aan de andere kant.
Onder het bakje Belastbaarheid hangt nog een bakje met Reserves waar je uit kunt putten als de balans tussen Belasting en Belastbaarheid even tijdelijk scheef is.
Als je te lang op de Reserves teert dan zijn uiteindelijk je bakjes leeg —> burn-out.
Tot zover niks nieuws.
Maaaaar, ik dacht dat ik nu bezig was met het bakje Reserves aanvullen, zodat ik weer tegen een stootje kan en dat is dus nog helemaal niet zo.
Het bakje Belastbaarheid is eerst aan de beurt, en pas dán kan ik weer reserves opbouwen.


En het bakje Belastbaarheid is nu een soort gebroken been dat net uit het gips komt. Weinig spieren en slap. Dat been ga je eerst weer oefenen tot het weer stevig staat (dat is het re-integratieproces).
En dan, pas dan, gaat je Reserve bakje zich weer langzaam vullen.

Ik was heel erg blij met deze uitleg omdat het me met de neus op de feiten drukt: ik ben nog ‘ziek’ en dat gaat echt nog wel even duren. Het hoort erbij, het is normaal.

13 maart 2015

Ik maak vaak stoofvlees de laatste tijd.
Ik heb gemerkt hoe belangrijk het is om dingen te ontdekken die ik kan doen om op een dag zoals gister, waarop ik echt weer van de leg was, mezelf tot rust te dwingen. Een taart bakken, of zoals laatst toen ik couscous heb gemaakt op de traditionele manier. Ook lekker tijdrovend.

Goede nieuws is dat ik me vandaag weer beter voelde. Wat een winst is dat, dat er op en neer te ontdekken is en ook te weten waardoor het komt. Echt ik kan wel zingen vandaag, zo blij dat ik weer terugveer.

16 maart 2015

Twee stappen voorwaarts, één stap terug, voelt als: zestien stappen voorwaarts, omdat het ineens zo goed voelt om me even goed te voelen, en dan zevenentwintig stappen terug, omdat het dubbel zo rot voelt om dan weer te beseffen dat ik met dat goede gevoel er niet ben. Dat er echt iets is en dat dat niet ineens toch, als een wonder der natuur plotsklaps achter me ligt. Ik word steeds als het goede gevoel weer even weg is toch behoorlijk verdrietig en moedeloos.

Het voelt nu als een soort niemandsland. Ja het gaat beter, en nee het gaat nog niet goed.

Ik zit de laatste tijd ook na te denken of ik niet iets structureler moet zoeken om echt eens in mijn grenzen en verkeerde gewoonten te duiken. Ik heb alleen geen zin in een psycholoog. Dus weet niet zo goed wat dan. Misschien een haptonoom, daar heb ik in het verleden wel baat bij gehad.
Ik heb niks tegen psychologen, heb er veel aan gehad in mijn leven. Heb er gewoon geen zin in. Weer een nieuw iemand, weer mezelf uitleggen, blootgeven. Nee, ik voel echt weerstand. Ik heb een heel sterk gevoel dat ik hier zelf uit moet komen, met mezelf, op mijn manier.


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.

7 maart 2015

Nu ik me langzaam beter ga voelen, komen er ook juist veel harder een soort op paniek lijkende momenten. Want hoe moet het in de toekomst met mij. Als ik blijkbaar zo geleefd heb zo lang, dat deze instorting het resultaat is, hoe moet ik het dan nu wel goed gaan doen. Kan ik mezelf nog wel vertrouwen, wie ben ik eigenlijk, heb ik al die tijd een leugen geleefd of zijn het stukjes die niet ok waren en is het fundament te vertrouwen? Zolang ik in mijn ‘bejaarde met alzheimer’ stadium was kon ik me daar best goed in wentelen. Ik voelde aan alles dat ik niets hoefde en ook niet zo veel kon. Nu kan dat wel weer een beetje, en aan de ene kant voel ik de belofte, maar aan de andere kant een soort heel diepe angst. Ik weet niet waar ik me aan vast kan of moet houden anders dan mezelf. Maar juist ik zelf heb me in deze situatie gemanoeuvreerd.

Ineens zie ik plaatjes voor me van een leven waarin ik voorgoed afgekeurd van de ene in de andere angstaanval glij. Misschien wordt dit gevoel versterkt doordat ik gister even tussen twee dingen door bij een supermarkt stopte om de weekboodschappen te doen. Was wel heel handig, maar niet gepland. Ik kreeg het ineens zo warm en benauwd in die winkel. Ik schrok me dood, ik was gewoon even vergeten dat ik niet 100% ben.
Maar het is echt, ik ben echt niet op mijn top.


Ik heb blijkbaar nog steeds moeite om mezelf daarin serieus te nemen.

9 maart 2015

Alles waar ‘te’ voor staat is niet goed. Ik zat eens wat dieper na te denken over het woordje ‘te’. Het is denk ik echt wel een onderdeel van de sleutel.

Een tweede onderdeel is: Het zijn dezelfde eigenschappen die je zo ver brengen, die je neerhalen. Ook alweer zo’n dooddoener. Dingen die je allang weet.
Totdat ze ineens samen klikken. Dan kom ik opeens op iets dat ik werkelijk kan oefenen concreet: doen wat ik doe van nature maar dan steeds denken of ik niet ‘te’ bezig ben en het eventueel ter plaatse een tandje minderen. Interessant en zeker iets dat ik vanaf nu ga bekijken, elke dag, zo vaak mogelijk. Zo ben ik dan ook wel weer 😉

BRIEF VAN 9 MAART AAN DE AFDELING:
Hai allemaal,

Hoe is het?

Ik wil jullie graag laten weten dat ik morgen voor het eerst weer voet op de afdeling ga zetten.

Dat we niet van elkaar schrikken.

Ik ben nogal plotsklaps verdwenen en kan me voorstellen dat dat vragen oproept. Voor wie daar behoefte aan heeft hier een samenvatting van de afgelopen drie en een halve maand:

Dag 1: Totaal uitgeput, en waar ik wel eens vaker een traantje bevallig wegwapper, bleven ze nu komen en stromen. Een week bijslapen dan ben ik er wel weer, was mijn idee.

Week 1: En dat viel dus even vies tegen. In plaats van bijkomen raakte ik nog veel vermoeider en stopten mijn hersens met logisch nadenken. Bloedonderzoek: niets bijzonders.

Maand 1: Neem maar de tijd, dan zien we je na de kerst weer. Gevolg bij mij: opluchting maar vooral gevoelens van schuld, falen, tekortschieten en aanstelleritus. Iedereen heeft het druk, en die zitten toch ook niet allemaal lekker thuis.

Nou lekker thuis zat ik ook niet, maar dat vergat ik dan even voor het gemak. Ik kon werkelijk niets. Zat alleen maar moe op de bank of aan de keukentafel. Kon geen twee dingen tegelijk onthouden, laat staan er 15 tegelijk doen zoals ik gewend ben. Dat mijn hersens het zo lieten afweten was eigenlijk een zegen want daardoor wist ik: er is echt iets aan de hand en ik stel me niet aan. Langzaam ben ik het gaan accepteren. Het gaat niet goed met me.

Maand 2: Na de kerst weer aan het werk, dat was de focus en mijn verwachting. Maar ik was tegen die tijd blij als ik compleet met pasje en lijstje bij de supermarkt om de hoek aan was gekomen. Om er dan voor de deur achter te komen dat ik m’n huissleutels was vergeten.
Overwinning van de maand: Ik heb mijn bejaarde ik omarmd, dan maar even zo.  ‘Het is zoals het is en het gaat zoals het gaat’ werd mijn mantra.

Maand 3: Waarom? Hoe kom ik hier terecht? Hoe kom ik hier nooit meer terecht? Dat zijn natuurlijk de grote vragen. Met voor een deel nogal voor de hand liggende antwoorden: het was nogal veel de laatste…20 jaar.
Opstaan, doorgaan en de moed erin houden was het motto. Teveel gevoel en zooi aan de kant gezet en de lat her en der te hoog gelegd.
Ik dacht dat ik een knop had die ik om kon zetten als dat nodig was, je kent hem zelf waarschijnlijk ook wel, en dat die knop nu gewoon stuk was.
Maar, heb ik nu geleerd, want ik word natuurlijk wel heel wijs en zen van deze ellende, dat ik elke keer als ik ‘de knop’ omzette in feite de zooi die er op dat moment aan de hand was parkeerde in mijn ‘parkeergarage’.  Geparkeerd maar niet verdwenen.
En die parkeergarage raakte vol, overvol. Tijd dus om alle auto’s weer 1 voor 1 naar buiten te laten rijden en plek te maken, waardoor er weer sprake kan zijn van een fatsoenlijke doorstroom. (Zou bij de bedrijfsgarage ook geen kwaad kunnen denk ik).

Nu: Ik voel me langzaam weer sterker worden, hersens beginnen weer te functioneren. Maar ik ben er nog lang niet. Een onverwachte stop bij de supermarkt put me nog steeds uit. Vooral sociale bijeenkomsten maken me heel erg moe. Dat wil niet zeggen dat ik ze niet leuk vind, dat is nu juist een beetje het gevaar. Ik hou van mensen, en kletsen en me overal mee bemoeien, zoals jullie weten, maar ik betaal er een hoge rekening voor op dit moment. Ik moet opnieuw mijn balans vinden daarin en weet niet of dat langzaam weer terug naar ‘normaal’ gaat of dat ik voorgoed anders zal zijn.

We gaan het meemaken want morgen kom ik voor het eerst weer even de afdeling op voor een afspraak met Inez over hoe nu verder.

Je mag me gerust voeren en aaien, maar ingewikkelde levensvragen reageer ik minder relaxed op ;-).

Oh en ik heb jullie ook gemist en heb deze tijd nooit een probleem met de afdeling, het bedrijf of jullie gehad. Juist de wetenschap dat er een plek wacht waar ik me altijd fijn heb gevoeld, hielp enorm.

Tot morgen of anders de volgende keer!


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.

18 februari 2015

Het gesprek met de bedrijfsarts was goed eigenlijk. Ik heb gewoon open en eerlijk mijn gedachten op tafel gelegd over mijn twijfels over wel of niet beginnen met opbouwen. Daardoor kwam ik eigenlijk op een heel duidelijk gevoel uit en werd het ineens heel helder: ik wil nog niet het gebouw binnen en al helemaal niet de afdeling op.
Dat ligt niet aan de mensen of aan mijn werkgever maar het sociale aspect kan ik nu gewoon nog niet aan. Dat voel ik aan alles. De tranen springen in mijn ogen als ik eraan denk en de stress kruipt in mijn nek.
Nu hebben we afgesproken dat ik zelf de tussenstapjes mag bedenken tussen waar ik nu ben (koffiedrinken in de buurt van werk) tot weer de afdeling oplopen. En dan evalueren we weer op 10 maart.

Dat voelt goed want ineens begreep ik: het gaat erom dat ik me ECHT weer goed voel en niet dat ik mezelf ZO SNEL MOGELIJK weer goed voel. Dus we hebben hetzelfde doel, namelijk dat ik weer aan het werk ga en dat ik me oprecht weer wat beter voel. Dat er hobbels zijn waar ik overheen moet dat snap ik ook wel en die zal ik ook moeten nemen maar dat moet wel enigszins kloppen met waar ik emotioneel ben.

Ik vind het moeilijk dat mijn burn-out voor 80% is ontstaan door persoonlijke omstandigheden van de afgelopen jaren en hooguit voor 20% uit mijn werk. Ik heb daardoor het gevoel dat ik misbruik maak van de mogelijkheden die ik vanuit werk krijg om beter te worden.


Maar ja, het maakt voor de uitwerking natuurlijk niet zoveel uit. Ik heb gewoon jarenlang als ik moe was of het teveel werd, een knop omgezet en toch actie ondernomen. Of dat nou ging om een echtscheiding, de ramen zemen of druk op het werk. En dat is denk ik waar het mis is gegaan.

Ik had het met de bedrijfsarts over die knop die ik altijd om kon zetten. Voel ik me rot? Dan ga ik mijn huis opruimen want dan voel ik me daarna allicht een beetje beter, die knop.

Ik zei dus tegen haar: “Mijn knop is stuk, ik kan hem niet eens meer vinden.”
Waarop zij zei: “je hebt nooit een knop gehad. Elke keer als jij die zogenaamde knop omzette, verdween de ellende niet, je parkeerde hem. Hij bleef bij je maar je keek er niet meer naar.”

Het was alsof er in mijn hoofd iets in elkaar klikte. Een puzzelstukje op zijn plek viel.

Mijn parkeergarage is overvol. En nu moeten al die geparkeerde auto’s één voor één weer naar buiten rijden om plek te creëren voor doorstroom. Geen knop, maar een veel te volle parkeergarage.  Geen knop, maar een proces. Die rot-knop was waarschijnlijk een onderdeel van mijn neergang…

24 februari 2015

Het lijkt wel alsof er een laagje narigheid is verdwenen, ik voel me langzaam weer mezelf worden.

Ik heb besloten om de hersteltijd die mij nog gegeven is door mijn werk op zo’n manier in te vullen als IK denk dat goed is voor mij. Dat betekent dat ik gezegd heb dat ik geen tussenstapjes ga nemen tussen koffieleuten met losse collega’s, en het moment dat ik de afdeling weer op zal lopen. Daar zit namelijk niet mijn grote probleem, al zal het best wel even een hobbel zijn.
Het voelt zo goed om het op mijn manier aan te pakken en dat ook uitgesproken te hebben, via mail, dat er zo maar weer een heel stuk op z’n plek is gevallen in mijn hoofd.
Ik voel weer energie van binnen borrelen af en toe. Ik ben alleen wel heel snel moe als ik die energie omzet in actie en daar wil ik de komende tijd mee aan de slag. Dus al met al een goeie week!


3 maart 2015

Ik voel me belabberd en kan wel huilen.
De laatste week was eigenlijk een week waarin ik me steeds beter ging voelen, mijn energie kwam terug.

Wel een soort onrustige energie die in mijn lijf trilde, dat ik niet zo goed wist hoe ik er mee om moest gaan. Maar ik voelde me ook echt opklaren in mijn hoofd.
Heb mijn leidinggevende een mailtje gestuurd dat ik dinsdag, na het gesprek bij de bedrijfsarts bij haar langskom…op de afdeling. Om te bespreken hoe ik weer kan gaan opbouwen. Dat voelde heel spannend maar ook wel goed. Langzaam weer aan de slag, het wordt tijd, ik ben denk ik echt zover.

Máár de laatste twee dagen merk ik ook dat ik weer hoofdpijn krijg, onrustiger slaap en me nu dus verdrietig voel. Onbestemd. Niet meer in de slome bubbel waar ik in zat maar ook niet het fijne gevoel dat ik de laatste week had. En daar schrik ik enorm van. Ik probeer mezelf tot rust te manen en zeg tegen mezelf dat het niet alleen maar een stijgende lijn zal zijn. Maar blijkbaar dacht ik dat stiekem toch.
Ik voel me teleurgesteld en een beetje angstig.
Ik denk wel dat het goed is om weer werk te gaan oppakken, op een laag pitje, maar het grijpt me ook aan blijkbaar. Maar dat hoort er toch ook wel bij? Dit gevoel?
Pfffff ik weet echt even niet wat ik met mezelf aan moet.

6 maart 2015

Ben mijn dipje enigszins te boven gekomen. Kijk met een soort angst en beven ook wel uit naar het moment dat we mijn werkopbouw gaan bespreken dinsdag.

Ik ben soms bijna vergeten dat ik leuk werk heb, en een leven.


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.

‘Kunnen we die burn-out even snel oplossen?’

28 januari 2015, 13:00 uur

Ik had het idee dat ik me iets beter voel dan de eerste weken. Ik heb weer iets meer grond onder de voeten. Maar sinds ik dat zo ervaar en ook uitspreek voel ik juist weer meer stress en voel ik me nu dus weer wiebelig.
Ik heb ook moeite met de mensen van werk die, heel lief, vragen via een berichtje hoe het gaat. Ik kan het niet in één zin uitleggen en weet dan niet goed wat ik moet zeggen. Wil niet te negatief reageren maar ook niet te positief. Nou ja vind ik gewoon lastig. Helemaal als het er vier op een dag zijn.

Uit het gesprek met de bedrijfsarts kwam dat ik vanaf deze week elke week een half uurtje ga koffiedrinken met een collega. Hoeft niet in het bedrijf, maar in een tentje om de hoek. Dat is op zich ok, kan ik wel aan denk ik. Half februari heb ik weer een gesprek met haar en dan kijken we weer hoe het gaat en of er al begonnen kan worden met twee uurtjes per week re-integreren.
Ik laat het maar een beetje gebeuren en kijk per stap wel hoe het gaat.


Het is fijn om te merken dat ik iets meer bij m’n oude zelf kom hoewel ik nu beter dan eerst voel dat er echt iets anders moet gaan worden om niet weer gewoon terug te stappen in oude gewoontes.

Ik merk vooral hoe mijn lijf stress ervaart als het echt totaal niet nodig is. Bijvoorbeeld een boterham smeren. Dan voel ik een soort haast, en moet ik mezelf echt toespreken: ‘stress is niet nodig, je hebt alle tijd om deze boterham te smeren. Pompiedom’. En dat dus 100 keer per dag.

Is er nog een leven mogelijk waarin werk en de rest weer in balans kunnen zijn en ik weer kan genieten van dingen in plaats van ze af te werken? Daar wil ik naar toe. En een beetje snel graag 😉

31 januari 2015

Vandaag had ik mijn eerste therapeutische koffie drink sessie met een collega. Anette is eigenlijk ook een vriendin dus de lat lag laag. Het was gek om in de buurt van werk te zijn zonder op de afdeling te komen, en het was fijn om haar te zien en te spreken.

Het was moeilijk om te praten over wat er nou precies met me aan de hand is, ik heb eigenlijk zelf nog geen idee, daar kom ik juist steeds meer achter. Ja een optelsom van de afgelopen 20 jaar, klinkt makkelijk en ook wel logisch, maar hoe komt het dan dat het ineens niet meer gaat, dat ik ineens echt niet meer kan?

Ik wilde ook niet het hele gesprek huilen, hield me dus ook een beetje groot en dat kost weer een bak energie.

Na het gesprek was ik behoorlijk van de kaart, aan de ene kant van de tafel zat iemand die een druk leven heeft, twee kleine kinderen en een drukke baan, en aan de andere kant van de tafel, mijn kant, zat een patiënt, iemand die het allemaal niet aankan, geen kleine kinderen en een minder drukke baan. Hoe kan dat?

Ook blijf ik last houden van het gevoel dat ik mijn collega’s opzadel met de problemen die ontstaan door mijn afwezigheid. Niemand tot last zijn is blijkbaar nogal belangrijk voor me.

(Tekst loopt door onder de afbeelding.)

Wat me op dit moment het meest helpt in deze brei van gevoel en verdriet is dat ik besloten heb om alle stappen die ik echt MOET zetten in handen van de bedrijfsarts te leggen en die braaf gewoon op te volgen, en dat ik verder helemaal NIETS moet. Een gedachtentruc die maakt dat ik mijn schuldgevoel beter kan loslaten. Ik heb de verantwoordelijkheid gewoon uit handen gegeven.

Ik schiet nog steeds snel en makkelijk vol maar ik huil niet meer zoals toen het misging, toen ik echt niet meer kon ophouden, met snot en uithalen en al. Ik ben blij dat dat weer een beetje minder is geworden. Vooruitgang!

9 februari 2015

Dat korte lontje…misschien is het wel positief. Waar ik eerder een grens niet meteen voelde of aangaf, doe ik dat nu iets te snel misschien.
Maar ik wil nooit meer terug naar vroeger (lees: een paar maanden geleden) toen ik nog trots kon zeggen: ik ben bezig met het behalen van mijn Gandhi diploma. Omdat ik zo goed was in boven dingen staan, de wijste zijn, de verstandige (in mijn ogen dan he), bang voor conflict dus. Mega valkuil.
Nu wil ik afstuderen in het vak: Lik-Op-Stuk.
Weg met de wijste zijn, weg met erboven staan, ik wil nooit meer van mijn hart zo’n moordkuil maken.

Verder voel ik met ups en downs langzaam eindelijk wat rust in mijn donder komen. Ik doe ook dingen als poppenkleertjes maken, schots en scheef, maar wel heel rustig en niet gehaast.

17 februari 2015

Ik zit in een grote tweestrijd deze week. Heb zo afspraak bij de bedrijfsarts en ik vermoed dat ze gaat voorstellen om weer langzaam te gaan opbouwen. Ik heb de afgelopen weken dus 1 keer per week koffiegedronken met een collega, dat ging goed. Maar ik heb ze dan ook wel zorgvuldig uitgekozen, de minst enge en de minst energievretende types.


De tweestrijd is: moet ik weer beginnen met opbouwen of nog even niet.
Als ik echt denk dat ik het nog niet aankan dan is nu het moment om dat hardop te zeggen.
Maar iets in mij denkt dat ik pas weet of ik het aankan als ik het probeer. En die twee vechten al de hele week. Ik heb geen idee wat het gaat doen. Misschien doet het me wel goed om weer wat uurtjes daar te zijn, ook omdat ik eigenlijk heel leuk werk heb en ze me graag terugzien.
Maar als ik dan merk wat een sociale gebeurtenis met meer dan 1 mens tegelijk met me kan doen in het saaie leven van nu, dan ben ik een beetje bezorgd wat een afdeling vol gaat doen.

Mijn leidinggevende geeft me werkelijk alle steun, zowel als ik ervoor kies om nog niet te beginnen, als wanneer ik wel weer terugga. Ik heb wel vertrouwen in haar gelukkig.

Nou ja, ik ben er al met al veel te druk mee bezig in mijn hoofd voor iemand die tot rust zou moeten komen. Ervaar helemaal geen rust en zen deze week. Misschien ook omdat mijn dochter dit weekend jarig was en er dus een huis vol met visite was. Komt er ooit een tijd, dat ik de visite uitlaat en niet huilend op de grond ineen zijg? Dat ik weer oprecht kan genieten van dit soort dingen?


Alle afleveringen van het Burn-out Dagboek vind je hier.

Suzanne Muller is freelance tekstschrijver. Eind 2014 werd zij overvallen door een burn-out. Op dat moment start ze met haar burn-out dagboek. Op Het is om te Janke deelt Suzanne elke week een ongecensureerde aflevering. Suzanne woont in Amsterdam-Zuid met haar vriend Jamal en haar zoon Joris, haar volwassen dochter woont op zichzelf. Naast schrijven zet zij ook graag haar hersenspinsels om in tekeningen via Elke Dag Dicht.